Rondje Schotse Hooglanden

22 juni: Pijnacker-Zeebrugge, 155 km.

Op woensdag 22 juni was het dan eindelijk zo ver: na maanden van voorbereiding vertrokken Wolter Wolthers, Ruud Jaspers, Adri Mol, Koos Vonk (chauffeur), Cock Lok, Sjaak Greeve, Kees van der Helm, Arie Poot, Jan van Leeuwen, Hans van der Does, Peter van der Zwet en Aart van der Kooij voor een fietstocht naar de Schotse Hooglanden. Na eerst in Huize Greeve gastvrij te zijn ontvangen met koffie en vlaai en een onverwachts optreden van Arie in kilt

schotland1 vertrokken we met stralend weer naar Zeebrugge, alwaar we de boot zouden nemen naar Rosyth, dat iets ten noorden van Edinburgh in Schotland ligt.

Door de organisatie was bewust gekozen voor een overzichtelijk aantal deelnemers aan deze tocht. Redenen hiervoor waren het feit dat in Schotland links gereden wordt en dat er vaak geen fietspaden zijn en er dus zeer gedisciplineerde gereden moet worden. Dit vereiste in de ogen van de organisatie een homogene en kleine groep, waardoor we helaas niet alle verzoeken om mee te kunnen, hebben gehonoreerd. Degenen die wel mee ‘mochten’, stonden binnen de vereniging al snel bekend als ‘de uitverkorenen’. En uitverkoren waren we, zoals later nog zal blijken.

De eerste koffiestop, na 60 km in Goedereede, beloofde al veel goeds: volop zon en belangstelling van de plaatselijke bevolking, zeker toen een ‘schijtlijster’ een voltreffer produceerde midden in het kopje koffie van Cock. ‘Koffie verkeerd’ in de meest letterlijke betekenis! Via de Haringvliet en de Brouwersdam over de Oosterscheldekering naar het veer Vlissingen – Breskens. Uiteraard misten we net de aansluiting, maar een half uurtje wachten met dit prachtige weer is geen straf. Zodra we België inreden deed dit land zijn uiterste best zijn twijfelachtige reputatie op het gebied van fietspaden hoog te houden: tot in Knokke-Heist een smal betonpad voor tweerichtingsverkeer. Het zal dan ook geen toeval geweest zijn dat juist op dit pad de eerste pech zich openbaarde: een gebroken spaak in het (nieuwe 20-spaken wiel) van Jan. In verband met de aankomsttijd bij de boot werd besloten de fiets van Jan op en Jan zelf in de auto zetten. Jan heeft dus onze zoektocht door Knokke-Heist moeten missen. Nergens een richtingaanwijzer of ander soort verwijzing naar Zeebrugge te vinden. Ten einde raad zijn we maar langs de kilometerslange boulevard gaan rijden. Vergeleken met deze boulevard is zelfs Scheveningen nog gezellig. Aan de ene kant hoge woonflats, aan de andere kant witte schuurtjes, die doorgaan voor strandcabines. Daarachter ligt ongetwijfeld strand, maar erg zichtbaar was het niet. Op ‘postduiveninstinct’ navigerend arriveren we om 16.15 uur in Zeebrugge, ruim op tijd voor de boot die om 18.00 vertrekt.

Inchecken ging redelijk snel, hoewel duidelijk wordt dat men een dergelijke groep niet echt gewend is, zeker niet als daar ook nog een schotland2begeleidende auto bij is. De hutten zijn zoals verwacht: klein, warm en bedompt. We moeten het er mee doen. De eerste pilsjes (gelukkig al in pint-maat) en het daarop volgende diner maken allen ontberingen weer ruimschoots goed. Door de ruime keuze en de vele heerlijkheden werden de verloren calorieën ruimschoots aangevuld. Na het eten eerst proberen het wiel van Jan te repareren. Dit lijkt goed te lukken, dankzij onze mecaniciens Ruud en Kees. De meesten van ons gaan redelijk op tijd naar de hut. De airco op de vierpersoonskamertjes kan de warmteproductie van door de zon gestoofde lichamen duidelijk niet aan. Het wordt steeds warmer en bedompter, maar vreemd genoeg zijn er toch nog mensen die redelijk hebben geslapen.

Het ontbijt van de volgende ochtend staat in het teken van stapelen, onzeker als we zijn over welke hindernissen en inspanningen ons vandaag te wachten staat in Schotland. Om 10.30 plaatselijke tijd arriveren we in Rosyth.

23 juni: Rosyth – Crianlarich, 118 km.

Pas om 11.15 zijn we de boot af. Eerst zoeken we Koos en de auto even op, o.a. om de spaak van Jan nog even te controleren en dan op weg voor een tocht naar een voor ons allen onbekend (fiets)gebied. De eerste kilometers gaan nog even over de A-weg, maar zo spoedig mogelijk buigen af richting noord-west, over goed te rijden B-wegen. Meteen al forse heuvels, steil en kort en flinke tegenwind. Het weer is prima, zeker voor Schotse begrippen: ca. 18 graden, af en toe volop zon, af en toe een wolkje. Onze eerste stop is in Powmill, waar de ‘milk bar’ gelukkig ook koffie en echt Schots gebak in de aanbieding had. Direct na hervatting van de tocht weer een spaakbreuk. Deze keer ben ik de pineut, maar ik kan gelukkig verder rijden. De rit gaat verder via prachtig heuvelland, op goede en mooie wegen, met prachtige vergezichten, waarin ontelbare kleuren groen liggen verscholen. Kleuren die nog worden verdiept door het schaduwspel van de wolken op de heuvels. Prachtig is het hier! Na heerlijke afdalingen volgen steeds weer klimmetjes. Gelukkig niet al te steil, zodat we goed in het ritme kunnen komen Het weer en de omgeving worden steeds mooier. Iedereen geniet, zelfs soms tijdens het klimmen… We passeren Glean Eagles, een beroemd golfterrein. We zijn ons niet bewust dat zich hier over twee weken veldslagen tussen de politie en de autonomen zullen afspelen n.a.v. de bijeenkomst van de G8, de rijkste landen van de wereld.

Langs Loch Earn, op de A85, is het even vlak. De (meeste) Schotse automobilisten rijden in een grote boog om ons heen. Het irritante toeteren, zo gebruikelijk in Nederland, hebben we in Schotland niet gehoord. Helaas komt aan alles een eind, dus ook aan de vlakke stukken. Na Lochearnhead (inderdaad, het einde van Loch Earn) volgt een venijnige klim naar Glen Ogle, en dan aan de steile kant van de heuvel. De meesten van ons beginnen het vele klimmen te voelen in de benen. Alleen Hans van der Does lijkt per klim meer energie te krijgen: hij stuift ons bergop steeds harder voorbij. Typisch een geval van ‘hors categorie’. Door een straffe tegenwind op het laatste stuk naar de jeugdherberg in Crianlarich komen we daar pas om 19.00 uur aan. Direct na afstappen maken we kennis met een echt Schots fenomeen: de midges. Dit zijn kleine vliegjes, die in enorme hoeveelheden op je af komen. Ze lijken weinig kwaad te kunnen door hun dwergformaat, maar ze kunnen zeer venijnig steken. En dan natuurlijk alleen de vrouwelijke exemplaren. Dagen later zijn de sporen van hun aanval bij velen van ons nog zicht- en voelbaar. In Crianlarich had zich trouwens ook Jasper Post bij onze groep gevoegd. Jasper is een ex-lid van TCP die nu in Glasgow werkt en woont en het leuk vond de komende dagen met ons door Schotland te fietsen.

De gemiddelde leeftijd van de groep bedroeg 57,583 jaar. Onze gemiddelde dagafstand was 117,5 kilometer., De totale ritafstand was 942 km. Niet gek voor een stel ‘krasse knarren’…

schotland3Om de kosten enigszins in de hand te houden, logeren we zoveel mogelijk in jeugdherbergen. En om dezelfde reden koken we (in ieder geval een paar keer) zelf. Kokki Hans en koksmaatje Ruud zetten een gevarieerd maal van kippensoep en chili con carne voor. Dit alles overgoten met een heerlijk Zuid-Afrikaans wijntje uit de kelders van de Edah. Zelfs oenoloog Koos gaf zijn zegen aan deze wijn. Speciaal voor deze gelegenheid heeft Koos zelfs 12 wijnglazen uit Pijnacker geïmporteerd, die elke avond apart afgewassen en gedroogd moesten worden.

Hiertoe had Koos zelfs een aparte droogdoek meegekregen, hetgeen bij de afwasploeg voor de nodige hilariteit zorgde. Na een heerlijke kop koffie wordt er nog geanimeerd nagepraat over onze eerste dag. Als het gesprek steeds vaker over de VUT en de AOW gaat, haak ik af om mijn verslag te schrijven. Bovendien wil ik op tijd op bed liggen, morgen een zware etappe.

24 juni: Crianlarich – Invergarry, 127km.

Na de enige winkel van Crianlarich te hebben beroofd van (bijna) al zijn brood, ditzelfde brood met smaak te hebben opgepeuzeld, af te hebben gewassen, het beddengoed ingeleverd, de auto te hebben ingeladen etc. etc., vertrokken we om 9.15 voor onze tweede Schotse etappe. Aangezien onze vriendjes de midges al lagen te wachten tot we buiten kwamen spelen, ging het vertrek zeer vlot. Al na drie kilometer de eerste lekke band. Uitgerekend mecanicien Kees is de pineut, maar dankzij alle aanwezige ervaring wordt dit euvel snel verholpen. Langzaam klimmem we via plaatsen met namen als Tyndrum en Bridge of Orchy de Hooglanden in. Onderweg passeren we diverse gigantische typisch Schotse lochs, met veelal exotische namen. Wat de denken van Loch Tulla, Loch Ba en -de mooiste- Loch Lochy? De klimmetjes zijn goed te doen, waarschijnlijk omdat vandaag het grootste deel van de route langs de A82 gaat, d.w.z. niet te steil, anders kunnen de auto’s het niet aan. Na een kilometer of 50 rijden we de pass of Glencoe in, één van de mooiste valleien van Schotland, met watervallen en prachtige uitzichten op grillig gevormde, kale bergen. Hoewel de meeste brem al is uitgebloeid, genieten we toch nog volop van het nog aanwezige felle geel. Samen met het groen van de bergen en het blauw van de lucht een lust voor het oog. Tot nu toe was het een beetje bewolkt, maar aan het eind van de vallei zien we de zon alweer schijnen. Vlak voor het stadje Glencoe pakken we een prachtig binnenweggetje, dat ons het stadje binnenleidt. Aldaar koffie gedronken in een merkwaardig Schots restaurant, een kruising tussen een afhaalrestaurant en een luxe bedoelde bistro, maar dan in zeer bijzondere kleurstellingen. Maar de taart was weer geweldig! Verder noordwaarts via de zeearmen Loch Leven en Loch Linnhe. Zo rollen we Fort William binnen, waar de hoogste berg van Groot-Brittanië, de Ben Nevis (1344m) de omgeving domineert.

Fort William is een iets grotere plaats en daarvan profiteren we direct door even snel boodschappen te doen bij de supermarkt. Ook de bijbehorende cafetaria werd met een bezoek vereerd. De aangename stemming slaat om als blijkt dat er een tweede spaak in het wiel van Jan kapot is. Met een noodgreep wordt gepoogd de fiets rijdbaar te houden, wat wonderwel en boven verwachting slaagt. Na Fort William benutten we de eerste de beste gelegenheid om van de drukke A82 af te gaan. Verder noordwaarts gaat het via de B8004, langs het Caledonian Canal, met mooie uitzichten op de eeuwige sneeuw van de Ben Nevis.

schotland4Op de B8004 maken we kennis met de grilligheid van het Schotse weer: ineens draait de wind 180 graden en van het westen drijven dreigende wolken in onze richting. Dat was even een streep door de rekening, want de rugwind tijdens deze zware etappe was zeer welkom. Nu is het de laatste 35 kilometer tegen wind buffelen. De wolken houden het gelukkig bij dreigen, we houden het droog. Het laatste stuk rijden velen op hun tandvlees, er is weinig oog voor de schoonheid van Loch Lochy. Gelukkig blijkt ons overnachtingadres makkelijk te vinden. Een prachtig gelegen, schoon, ruim en modern ‘self-catering lodge’, dat we bijna voor ons zelf hebben. Wat smaakt een biertje na zulke zware arbeid dan toch goddelijk, zeker in combinatie met in ruime hoeveelheid aanwezig pinda’s. Desondanks smaakte de pastamaaltijd, met vooraf het inmiddels befaamde ‘soepie,’ weer voortreffelijk.

25 juni: Invergarry – Carrbridge, 103 km.

Om 9.00 uur vetrokken we uit deze voortreffelijke lodge, met stijve spieren maar verkwikt door een goede nachtrust. Eerst nog een klein stukje A82, de belangrijkste verkeersader van de westelijke Hooglanden, daarna zo snel mogelijk via een doorsteekje naar de B862, de toeristische route langs het beroemde Loch Ness. De B-wegen hebben in het algemeen een hoger stijgingspercentage dan de A-wegen, en dat hebben we geweten! Direct al een zeer steile en (voor ons doen) lange klim van een aantal kilometers, met een gemiddeld stijgingspercentage van 12%.

schotland5Maar dan wel in een oogverblindende omgeving, waar een aantal van ons die nog om zich heen konden kijken bijna oog in oog stonden met 5 edelherten. Bovenop de ‘berg’ worden we getracteerd op een schitterend uitzicht op het typisch Schotse hoogland: kaal, woest, altijd wel een loch in zicht en vooral groen. En uiteraard de geraffineerde gele accenten van de bloeiende brem. We rijden inmiddels aan de oostkant van Loch Ness, maar zien nog niets van het meer zelf. Daarvoor zitten we nog te hoog. Een heerlijke afdaling brengt ons bijna aan de oevers van Loch Ness, waar we een bordje zien naar een hotel dat ook open is voor koffiedrinkers. Via een pad dat we normaal gesproken volstrekt genegeerd zouden hebben, komen we bij een prachtig gelegen hotel, met uitzicht over Loch Ness. Wat een unieke plek. Zelfs het haardvuur brandt er, hoewel de temperatuur in de serre daar absoluut niet om vraagt. Gezeten in luxe bankstellen en fauteuils genieten we van de koffie, dat geserveerd werd in echt Engels porselein. Met een beetje fantasie werd zelfs het bestek van zilver.

Groepen fietsers zoals die van ons zijn zeldzaam in Schotland. We hebben so-wie-so weinig fietsers gezien. Wel veel motorrijders, wiens eeuwige bewondering we hebben verdiend, enerzijds door het simpele feit dat we fietsend de ‘bergen’ overgaan, anderzijds en vooral door de smalle bandjes waarop we fietsen. Tijdens en tussenstop pakte een motorrijder één van onze fietsen op en haalde direct zijn maten erbij om zijn verbazing uit te spreken. Vol bewondering voegde hij ons toe: ‘Jesus H. Christ, you are all bloody heroes’! En dat meende hij oprecht.

Langs het Loch Ness verder tot Dores, zo’n 15 km voor het einde van Loch Ness. Oorspronkelijk zouden we doorrijden tot Inverness, aan het eind van Loch Ness, maar een tip van Michel Barendse (TCP-lid en fervent Schotlandganger) over een prachtig weggetje dat we niet mochten missen, had ons besloten de route iets te verleggen. Dat de ritafstand daardoor ook nog eens met 25 km afnam, was een niet onaanzienlijk bijkomend voordeel van het ‘weggetje van Michel’. Gevolg was wel dat we vanuit Dores flink moesten klimmen om weer uit het dal van Loch Ness te komen.

schotland6komen. Daarom besloten we in de plaatselijke herberg nog maar even de inwendige mens te versterken. Eindelijk een herberg met de beroemde Schotse hot applepie, naar keuze gegarneerd met room, ijs of custard. De beklimming was inderdaad zeer aan de steile kant, en dat in de bloedhitte… Maar weer deed het uitzicht alle inspanningen vergeten. Bovenop waaide een heerlijk verkoelend windje en de rit langs spannende wegen en prachtige lochs deed een enkeling zelfs denken aan onze Zuid-Hollandse Plassentocht. Deze omweg om bij het ‘weggetje van Michel’ te komen was al een feest op zich, wat zou het zijn ‘weggetje’ daar nu nog aan toe kunnen voegen? Nou veel, weten we inmiddels. Het begin was nog rustig, maar na ca. een kilometer begon een behoorlijk steile klim van bijna 6 kilometer, bloedheet, uit de wind in een landschap dat veel weg had van de aarde net na de schepping. Het woord ‘desolaat’ beschrijft het denk ik nog het beste, een wildernis met een streepje asfalt. Gelukkig voor ons was niet alleen de klim lang, maar ook de afdaling. Die was behoorlijk listig, met veel scherpe bochten, blind summits en steenslag. Wonderwel geen ongelukken. Aan het eind van ‘Michel’s weggetje’ stonden twee hekken, volgens de borden bedoeld om het vee veilig te laten rondlopen, maar volgens ons bedoeld om gekken zoals wij ervan te weerhouden het pad op te fietsen.

‘Custard, wat is dat nou weer?’ ‘Een soort gele vla, moet je gewoon proberen’. Vooraf: ‘Wat een rare combinatie, dat hebben we op zondag nooit’. Achteraf:’Nooit geweten dat zoiets zo lekker kon zijn’; ‘dat maakte mijn oma vroeger ook (custard) en toen vond ik het ook al zo lekker’; ‘neem ik de volgende keer weer’.

Het laatste stukje rustig gepeddeld langs de A9 naar Carrbridge. We hadden Koos vooruit gestuurd om in het hotel alvast het bier klaar te zetten. Van die taak had hij zich goed gekweten, want de emmers bier stonden ons op te wachten, alleen… in het verkeerde hotel! In de oprechte en logische veronderstelling dat er in Carrbridge maar één hotel in de Mainstreet zou zijn, had Koos het eerste het beste hotel ‘gearresteerd’. Gealarmeerd door zijn opmerking dat ze geen reservering van ons hadden, ging ik toch maar even de papieren raadplegen. En inderdaad: ons hotel zat drie huizen verderop. Na smakelijk te hebben gelachen over deze vergissing (en uiteraard eerst het bier te hebben opgedronken), zijn we toch nog in het goede hotel beland. Daar een typisch Engels pub-meal verorberd. Ook wel weer eens lekker, niet zelf koken en afwassen.

26 juni: Carrbridge – Pitlochry, 104 km.

Weer een prachtige dag. De route gaat grotendeels zuidelijk, de Hooglanden weer uit. We volgen zoveel mogelijk de oude A9, die bijna parallel loopt met de nieuwe A9. Voor een groot deel is deze route ook bewegwijzerd, want onderdeel van fietsroute nummer 7, één van een groeiend aantal fietsroutes in Groot-Brittannië. Met de groei van het aantal routes groeit ook het aantal vrijliggende fietspaden, die echter lang niet altijd berekend zijn op smalle bandjes van racefietsen. Als er gefietst wordt in Schotland, is het met ATB’s. De slechtere stukken wegdek onderweg resulteren gelukkig maar in één lekke band. schotland7De route van vandaag leidt ons over de pass of Drumochter. De naam klinkt onheilspellender dan de realiteit: via een zeer langdurig vals plat klimmen we geleidelijk. We passeren al doende ook nog de hoogst gelegen whiskystokerij van Schotland, waar de ‘Dalwhinnie’ wordt geproduceerd. Uiteraard stappen we bij een dergelijk heiligdom even af. Via plaatsjes met namen als Calvine, Kingussie en Blair Atholl rollen we heerlijk afdalend Pitlochry binnen. Deze keer was ons onderkomen een backpackershotel. Al om 16.15 uur heerlijk gedouched en verkleed, klaar om naar de plaatselijk whiskey-distilleerderij te gaan, die we telefonisch van onze komst verwittigd hebben. Volgens onze inlichtingen was het slechts tien tot vijftien minuten lopen vanaf het hotel. In werkelijkheid was het echter meer dan een uur lopen, dus we moesten noodgedwongen en met bloedend hart van het bezoek afzien. En dan zit er niets anders op dan de teleurstelling te verdrinken op een schaduwrijk terras. Dat hebben we dan ook maar gedaan als alternatief voor het bezoek aan de whiskey-stokerij. En na een wederom heerlijke maaltijd van Hans c.s. hebben we het bezoek aan dat terrasje nog eens dunnetjes overgedaan.

27 juni: Pitlochry – Stirling, 130 km.

Deze dag begint met serieus uitziende pech: de accu van de auto was leeg, omdat we vergeten waren de koelbox af te koppelen. En aangezien er volgens de hotelbaas geen garage in Pittlochry was en omdat er nu eenmaal weinig gasten in een backpackershotel over een auto beschikken, was er even sprake van radeloosheid. Gelukkig bleek één van de gasten toch over een (huur)auto te beschikken, maar helaas: zowel zij als wij beschikten niet over startkabels. Gelukkig kwam iemand op het idee eens te gaan kijken bij een benzinestation en inderdaad: daar waren de onmisbare jumper cables te koop. We nemen afscheid hier van Jasper, die met pijn in zijn hart weer teruggaat naar Glasgow, waar hij de volgende dag gewoon weer aan het werk moet.

Na een stukje zuidelijk te zijn afgezakt over mooie B-wegen, draaien we naar het westen, naar de ‘kop’ van het prachtige Loch Tay. In het plaatsje Kenmore, dat veel weg heeft van een openluchtmuseum, koffie gedronken in de oudste ‘inn’ van Schotland. Zo oud dat het koffie-zetapparaat het niet meer deed en we ons tevreden moesten stellen met oploskoffie of hete chocolademelk. Taarten werden hier pas na 12.00 uur geserveerd, dus ook die lekkernij ging aan onze neus voorbij.

Het is onvermijdelijk tijdens zo’n tocht: problemen met de stoelgang bij deze en gene. En dan blijkt altijd weer de dynamiek en schoonheid van de Nederlandse taal, die mij op deze reist de volgende nieuwe plastische beschrijvingen leerde voor het doen van een grote boodschap: “een bruine beer duwen”, “faxen naar Darmstadt”, “naar het reptielenhuis gaan”, “zitten kleien/boetseren”…

Verder langs de zuidkant van Loch Tay, langs een landschappelijk schitterende weg, met mooie uitzichten op de bergen aan de noordkant van het Loch. Minder leuk van dit weggetje was (al dachten anderen daar anders over) was het constante stijgen en dalen met wisselende stijgings-percentages, waardoor je nooit echt goed in het ritme kon komen. En dan duurt 30 km. ineens lang! Gelukkig komt aan alles een einde, in dit geval bij de herberg van Killin, waar we een lekker hapje aten, opgediend door ‘echte’ Schotse meisjes. Aan de voor de herberg liggende ‘falls of Dochart’ was goed te zien dat het droog was in Schotland: het gebruikelijke gedonder van het water was een stuk minder dan normaal. Verder zuidwaarts, via een redelijk drukke A-weg naar Callander. We komen nu over een stuk dat we op onze eerste Schotse etappen ook al hebben gereden, maar nu de andere kant uit, Toen een forse klim, nu vooral een heerlijke afdeling. In Callander weer ‘een bakkie’ gedaan, bij een echte Schotse woolen mill. Daar werden we opgeacht door twee authentiek geklede highlanders, waar we uiteraard even mee op de foto moesten. Het geld dat we hiervoor mochten betalen was voor de instandhouding van het oorspronkelijk Schotse erfgoed. Voorwaar een nobel doel!

Voorzien was dat de laatste 30 km. naar Stirling vervelend zouden zijn door druk verkeer, maar dat viel alles mee. Om 17.00 uur, na nog een zeer felle kuitenbijter in de stad zelf, komen we aan bij de jeugdherberg aan de voet van Stirling Castle, o.a. bekend van de Braveheart-film. Na de heerlijke douche hebben we ‘s-avonds het buffet van de plaatselijke Chinees geplunderd. Na nog een korte excursie naar de Old (Wallace) bridge en een plaatselijke pub te hebben geïnspecteerd, toog het gezelschap naar bed. In de jeugdherberg bleek wederom dat Schotland niet gewend is aan zo’n lange periode van mooi en warm weer, want het was weer behoorlijk warm op de slaapzalen. Niet iedereen had daardoor even goed geslapen. Gelukkig is de laatste etappe in Schotland, terug naar Rosyth, een korte.

28 juni: Stirling – Rosyth, 53 km.

Het hele laagland, waarin Stirling ligt, is deze morgen bedekt met een grijze deken van nevel, waardoor het niet echt warm is als we wegrijden. Dat is weer even wennen, na al dat mooie weer! Aangezien we van een redelijk drukke stad naar één van de drukste steden in Schotland rijden, is er sprake van veel verkeer. Stirling komen we pas uit na 7 km. behoorlijke drukte en vele rotondes. Volgens de kaart was de route va de A907 zo’n beetje het enige alternatief richting Edinburgh, maar ja, dat is wel een drukke weg. En dat rijdt op de lange duur toch niet echt prettig. Daarom besluiten we bij Clackmackanan (wat een naam!) van de snelweg af te gaan, enerzijds in een poging een koffie-adres te vinden, maar vooral om rustiger te kunnen rijden via een B-weg. Het vinden van een koffie-adres lukt niet, maar een alternatieve route echter wel. Door Clackmachanan loopt namelijk een fietsroute naar Dumfernline, even boven Edinburgh. Na ampel overleg besloten we deze route maar te proberen. Het begint veelbelovend over een leuk weggetje. Na ca. 3 km. leidt de route ons naar een oude, ongebruikte spoorlijn, waar de rails vervangen zijn door grit. Een grote wals is bezig deze kiezels speciaal voor ons fijn te stampen tot een begaanbaar pad, zo lijkt het. Na het passeren van de wals blijkt echter dat er nog heel wat werk op deze machine ligt te wachten, want het pas wordt steeds kiezelachtiger en dus onbegaanbaar. Het geluid van opspringende stenen tegen dure aluminium frames doet zeer aan de oren. Enkele die-hards willen nog wel verder, maar dan sluit de muiterij toe in de groep: er wordt driftig gezocht naar een verharde weg. En als de eerste lekke band een feit is, geven ook de die-hards toe,

Dankzij het postduiveninstinct van de routemaster wordt de weg richting Rosyth weer gevonden, zoveel mogelijk over B-wegen. Al snel bereiken we Crossford, iets ten noorden van Rosyth, waar Koos een goede locatie voor koffie en taart dacht te hebben gevonden. Helaas voor ons bleek dat beheersing van de Engelse taal niet betekent dat je de Schotse taal ook begrijpt, want de koffie bleek puur bocht en taart verkocht men daar al helemaal niet. Dan maar zo snel mogelijk richting ferry. Onderweg komen we vast nog wel een leuk tentje tegen. We waren inmiddels aangekomen in het gebied waar we onze tocht waren begonnen met klimmen en dat betekende dus nu afdalen. We waren dan ook in recordtijd bij de ferry, waar inderdaad een heel leuk tentje was. Na het afrekenen van onze versnaperingen kon de uitbaatster direct met vakantie, zo hadden we ons daar tegoed gedaan. Inmiddels scheen de zon weer volop, dus we konden in alle rust lekker in het gras liggen zonnen en te wachten op het inschepen van de ferry. Wederom bleek dat deze maatschappij weinig ervaring had met het inschepen van een groep fietsers, want onze komst veroorzaakte nogal wat paniek bij de vele gezagsdragers. Na een schijnbaar eindeloze rij van overbodige handelingen mochten we om16.00 uur dan eindelijk de boot op.

Het wordt afgezaagd, maar ook deze dag hebben we de tafel weer alle eer aangedaan. Van fietsen krijg je blijkbaar honger. ’s Avonds hebben we, als voorbereiding op de etappe naar huis, eerst goed de kaart bestudeert, want we wilden koste wat kost de ellendige route door Knokke-Heijst vermijden.

28 juni: Zeebrugge – Pijnacker, 153 km.

De overtocht was door het zachte weer wederom heel rustig. Pas om 12.00 plaatselijke tijd arriveren we in Zeebrugge, een uur later dan gepland. Scheen te maken te hebben met drukte in Het Kanaal en de hoge brandstofprijzen, waardoor er minder hard gevaren mocht worden. Een raar verhaal. Tot overmaat van ramp duurt het ontschepen ook nog eens extra lang, zodat we pas om 13.00 de lange thuisreis kunnen aanvaarden. Het huiswerk van de vorige avond wierp vruchten af; we konden nu via een heel wat aardiger route door België. En hoewel we het natuurlijk allemaal al lang wisten, valt het toch ontzettend op hoe vlak het hier is. In Breskens hebben we geluk: de pont ligt al klaar, we reden er op en hij voer weg. Scheelde toch weer een half uurtje wachten. De eerste (en enige) stop van vandaag is na 60 km, bij een voor velen bekend etablissement in Kamperland, aan de voet van de Oosterscheldekering. De spekpannenkoeken, soepen en andere heerlijkheden lieten we ons goed smaken.

Ik had behoorlijk opgezien tegen deze laatste etappe, niet alleen door zijn lengte, maar vooral door de aangekondigde noord-oostelijke wind. Tegenwind dus. Gelukkig was de wind op deze dag zo zwak, dat het geen echte hinder gaf. Met gezwinde pas namen we de Oosterschelde-, Haringvliet en Brouwersdam. In Rozenbrug, waar we Koos weer terugzagen, misten we natuurlijk net de pont. Dat geef ons in ieder geval de mogelijkheid het thuisfront in alle rust van de hoogte te stellen van het tijdstip van aankomst.

Gedurende de laatste 30 km. was het duidelijk dat de groep de stal rook. Alle vermoeidheid en verzuring leek te verdwijnen door het idee zeer binnenkort weer thuis te zijn. Groot was dan ook de opluchting van ons en het ontvangstcomité toen we rond half negen ’s avonds de Theodora Versteeghstraat in Klapwijk inreden. In de tuin van Sjaak werden we nog verwend met heerlijke drankjes en hapjes, een heerlijke afsluiting van een mooi avontuur.

Tegen elven, geveld door de combinatie van vermoeidheid èn alcohol, was het tijd om afscheid te nemen. We hebben in de afgelopen dagen 942 schitterende kilometers afgelegd, in Schotland geen druppel regen gehad, fantastisch fietsweer gehad, genoten van elkaar en van het uitzicht. Het was met recht ‘de tocht van de uitverkorenen’.

Aart van der Kooij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *