Reisverslag 2012 van de groep van dertien!

Dag 1: Pijnacker – Harderwijk

Op dinsdag 4 september 2012 vertrok ik om half acht uit Zoetermeer richting Pijnacker voor alweer onze dertiende meerdaagse fietstocht! Voor het eerst sinds het ontstaan van ‘onze’ groep vertrekken we1 in de eerste week van september. Normaal gaan we al in juni of juli op pad, maar door allerlei omstandigheden kwam dat nu niet uit. De weersverwachting voor de komende week is ongelooflijk goed, dus het lijkt erop dat we gaan boffen. Het ritje van Zoetermeer naar Pijnacker laat al zien dat het een mooie dag zal worden.

01de13

1 “We” zijn: Ruud Jaspers, Wolter Wolthers, Adri Mol, Cock Lock, Sjaak Greeve, Sjaak de Wit, Jan van Leeuwen, Arie Poot, Kees van der Helm, Hans van der Does, Frans van Winden, Peter van der Zweth en Aart van der Kooij.

Het is inmiddels traditie dat we vooraf verzamelen bij huize Wolthers op de Tilanus-singel. De koffie met heerlijke vlaaipunten staat alweer klaar en langzaam komen we in de stemming. Om kwart voor negen vertrokken, uitgezwaaid door een aantal fietsdames en door Kees, die vandaag begint als ‘Bob’.

Het eerste stuk van de route is natuurlijk bekend, niet alleen van de vele toertochten in die omgeving, maar ook van de jaarlijkse rit naar de Generaal in Baarn: Zoetermeer, Boskoop, Bodegraven, langs de Oude Rijn, Woerden, Kanis naar Breukelen. Een heerlijke bak koffie op een zonovergoten terras. Na de koffie ruilt Kees met Adri. We vervolgen de tocht via Oud en Nieuw Loosdrecht naar Baarn, via Hollandsche Rading en Lage Vuursche. In Baarn salueren we nog even naar de Generaal.

Tijdens het doorkruisen van Baarn richting Eemnes ineens een valpartijtje: Cock kon zijn schoenen niet tijdig uit zijn pedalen krijgen en viel om. Niets ernstigs gelukkig, dus maar even doorgereden naar onze lunchplaats, Spakenburg. Dat bereikten we via een voor velen nieuwe route door Eemdijk. Na een heerlijke lunch, met veel vis en in de open lucht werd nog even naar de schoenen van Cock gekeken. De diagnose luidde dat zijn nieuwe pedalen en de oude schoenplaatjes niet goed matchten. Dat betekende dus nieuwe plaatjes. Maar dat viel nog niet mee. In de eerste Spakenburgse fietswinkel verkocht men bijna alleen maar elektrische fietsen en schoenplaatsjes zaten niet in het assortiment. En ook bij de tweede was er nog maar één paar in voorraad.

Zoveel mogelijk langs de voormalige Zuiderzeedijk naar het hotel in Harderwijk gereden. In Harderwijk reden we bijna letterlijk het hotel binnen, dat prachtig gelegen was aan het fietspad en aan de kust. Op het terras eerst heerlijk bieren, alvorens de kamers op te zoeken. ‘s Avonds om 7.00 uur genoten van een uitstekend diner in de buitenlucht, met uitzicht op het IJsselmeer en de ondergaande zon. Pas bij het aperitief zijn we naar binnen gegaan, alwaar de rit voor de volgende dag kon worden voorbereid. De eerste 120 km en de eerste schitterende dag zaten er op.

Dag 2: Harderwijk-Vaassen-Hattem-de Zande-Nunspeet-Harderwijk

Het weer is iets minder dan gisteren, een beetje bewolkt, maar een lekkere temperatuur. De route van vandaag gaat bijna in z’n geheel via knooppunten. De groep had er lol in: niet alleen omdat de route via de knooppunten schitterend bleek, maar ook omdat het zoeken naar de knooppuntbordjes de nodige afleiding gaf. Soms leek het wel een spelletje. We fietsten over paden waar in de zomer vooral de ‘grijze brigade’ overheerst, maar vandaag hadden we die paden zo goed als voor ons alleen.

De route leidde ons door bossen, langs zandverstuivingen en bloeiende heide en ging langzaamaan over in de IJsselvallei. Een prachtig parcours, met veel afwisselende landschappen. Via de IJsseldijk naar Hattem en verder naar het dorpje Zalk, bekend van Klazien, het kruidenvrouwtje en voormalig TV-persoonlijkheid.

Na De Zande, vlak voor Kampen, kwamen we een klimmetje over de N50 tegen, door Kees aan-gekondigd als ‘een verschrikkelijk mooie klim’. Had hij dat maar nooit gezegd, want direct na de klim vloog er een vliegje in z’n mond, moest hij hoesten en prompt vloog in de afdaling zijn bovengebit uit zijn mond. Nu komt op deze weg kwam bijna nooit verkeer, maar juist op dat moment kwam er een vrachtwagen voorbij die natuurlijk net over het bovengebit heen reed! We zouden graag gezegd hebben dat Kees op dat moment met z’n mond vol tanden stond, maar het tegendeel was waar.

Om van de schrik te bekomen, zijn we via de Kamperdijk maar snel naar het mooie Elburg gereden om lekker iets te drinken en te eten. Velen namen een heerlijk saucijzenbroodje bij de koffie, waar ze later spijt van kregen. Tijdens het fietsen van het laatste deel van de route naar Harderwijk, een weg met veel draaien en keren, hadden nogal wat mannen last van een raar gevoel in benen en hoofd. De saucijzenbroodjes kregen de schuld. Na een korte stop en met een iets lager tempo terug naar het hotel. Ondanks de tandenpech en het gerommel in de ingewanden een schitterende rit van 123 km lang.

Dag 3: Harderwijk-Groesbeek Een verplaatsingsdag.

Het weer is redelijk: bewolkt, slechts ca. 16 graden bij vertrek, later werd het 18 graden, maar het bleef droog. Achteraf bleek het qua weer de minste dag van de week. Via redelijke drukke N- wegen fietsen we naar Garderen, Stroe, Harskamp, Otterloo en Hoenderloo, langs nationaal park de Hoge Veluwe. Op de kaart een groene route, maar op de fiets een uitgesproken saaie weg. Opvallend was het aantal wegopbrekingen dat we in deze regio tegenkwamen. Zou dat iets te maken hebben met crisisbestrijding?

In Hoenderloo koffie gedronken. Deze keer niet met de traditionele appeltaart, maar met honingtaart. Was zeer smakelijk, maar niet zo dat we er de volgende keer voor zullen omrijden. Chauffeur Peter had voor pechvogel Kees een mooie verrassing in petto: een noodgebitje met vampiertanden. Dit gebaar werd door Kees zeer op prijs gesteld, maar helaas heeft hij het gebitje niet gedragen.

Verder via Eerbeek en Dieren naar het schilderachtige Doesburg, een voormalige Hanzestad. Lekker op een muurtje op het kerkplein geluncht en een bakkie gedaan in de Oude Waag. Ondanks de bekendheid van de Doesburgse mosterd, hebben we helaas nergens mosterd gezien.

De weg vervolgd via Didam en Zevenaar, op zoek naar een doorwaadbare plaats in de Rijn. Die was er niet, dus hebben we het pontje naar Millingen maar opgezocht. Daar aangekomen bleek er zich al een lange file wachtende fietsers op de strekdam te hebben gevormd. We sloten aan in de volle overtuiging dat het lang wachten zou worden eer we zouden kunnen overvaren, maar er bleken veel makke fietsers op het pontje te gaan. Met een beetje inschikken konden we allemaal mee. Het wisselgeld voor de overtocht werd aan de kapitein geschonken, met de opmerking ‘vaar er maar een extra rondje voor’. Onder grote hilariteit van alle passagiers deed hij dat ook nog!

Aan de overkant via Leuth (weer een wegopbreking, dus wat was er nu zo leuk?) naar Berg en Dal. Een aantal van ons werd verrast door de plotselinge en steile klim die ineens opdoemde, maar we hebben het gehaald. Direct daarna de Zeven Heuvelenweg naar Groesbeek, alwaar aan het eind van de weg hotel De Oude Molen staat. De teller geeft 116 km aan. De Oude Molen is een oud en ietwat kneuterig hotel, en voor een deel speciaal ingericht voor de ontvangst van groepen: slechts 2 douches en geen toilet op de kamer. Maar met een enthousiaste eigenaar (die ons allemaal persoonlijk kwam begroeten), een heerlijke bar en dito keuken, in ieder geval voor fietsers. Het is niet voor niets dat we hier alweer voor de derde keer logeren.

Dag 4: omgeving Groesbeek

Dit wordt een (relatieve) rustdag). Op het programma staat een Rondje Reichswald via Wyler, de Ooypolder, Millingen aan de Rijn en Kleef van zo’n 80 km. Eerst afdalen richting Wyler en dan de prachtige Ooypolder in, met imposante vergezichten: aan de ene kant de heuvels van Berg en Dal, aan de andere kant de mooie Ooypolder. We zijn bepaald niet de enige in de Ooypolder, veel onderzoekende schooljeugd op de fiets is (waarschijnlijk verplicht) aanwezig.

Heerlijk koffie gedronken in het mooie restaurant De Geldersche Poort bij Millingen, waar we weer uitzicht hadden op de Rijn en het pontje van gisteren. Op het terras blijkt toch weer dat Pijnackenaren een reislustig volkje zijn: eerst komt Sjaak Greeve een bekende tegen, net als Kees van der Helm even later. En ‘s middags op het terras van het hotel treffen we alweer een dorpsgenoot, die aangetrokken werd door onze mooie fietsshirts.

Na de Ooypolder door Duitsland richting Kleef. Weliswaar overal fietspad, maar toch minder mooie (en minder brede) dan in Nederland. Onderweg enig gekrakeel over de route, omdat de weg door het Reichswald toch wel heel erg druk leek. Al overleggende kwamen we er echter wel achter dat ook in Duitsland wordt gewerkt met fietsknooppunten, die wonderbaarlijk genoeg ook nog eens aansluiten op het Nederlandse netwerk. Een handige ontdekking.

Terug in Nederland weer de knooppunten gevolgd, langs plaatsen met mooie namen als Ven-Zelderheide, Aaldonk en Ottersum, naar een terras in Gennep. We bleken net naast een gebouw te zitten dat gesloopt werd en waarbij asbest was aangetroffen. Mannen in beschermende pakken waren druk bezig, maar het gebouw was niet afgeschermd. Eventueel vrijkomende asbestvezels konden zo naar ons terras waaien. Hoezo, gecontroleerd verwijderen?

Toen weer terug naar de Oude Molen, ons thuishonk in Groesbeek. Daar aangekomen ging de halve groep nog even een retourtje Berg en Dal doen, over de Zeven Heuvelenweg, om wat overtollige energie kwijt te raken. Daarna smaakte het bier weer best op het terras. En ondanks de relatief korte rit smaakte het vlees en de vis, met veel gebakken aardappeltjes en frietjes, zo mogelijk nog beter.

Dag 5: Groesbeek – Etten-Leur

Weer een verplaatsingsdag, naar Etten-Leur ditmaal, ten westen van Breda. Vooraf ingeschat op 110 à 115 km, maar het bleken er na aankomst 135 te zijn. En er lagen nog meer onaangename verrassingen in het verschiet… In ieder geval zat het weer (weer) mee: een prachtige zonnige dag en overwegend zijwind, als er al sprake was van wind. Het eerste deel van de etappe ging van Groesbeek naar Sint Michielgestel, via Molenhoek, Grave, Schaijck, Loosbroek, Berlicum en Maaskantje. Maaskantje?? Ja, het gehucht bestaat echt! We hebben er dan ook koffie gedronken, in een echt Brabants café, waar het Nederlandse levenslied luid klonk en de koffie nog gewoon gezet werd met een filter.

Opvallend is wel dat de voorzieningen voor fietsers in Brabant minder lijken dan in de overige provincies: een veel minder goede bewegwijzering, vaak oversteken van de ene kant van de weg naar de andere, veel tegel- en klinkerpaden en ga zo maar door. Dit, gevoegd bij het feit dat het landschap aan de saaie kant is, maakt Brabant voor velen van ons niet de ideale fietsprovincie.

Verder langs Helvoirt, Udenhout, Loon op Zand, Dongen, Rijen (bekend van vliegbasis Gilze Rijen) naar Dorst. Door al het gedoe en gezoek was het al behoorlijk laat geworden en er was sprake van honger en dorst. En laten we in het plaatsje Dorst nu een uitspanning vinden met de naam Honger en Dorst! Meteen neergestreken natuurlijk. Maar voordat zo’n hongerige groep voldoende gegeten en gedronken heeft, ben je al gauw ruim een uur verder. Pas om een uur of vijf, nadat Peter had afgerekend, vertrokken de complete groep weer. Dachten we. Want wat bleek na 3 kilometer: we misten een groepslid en na een snelle inspectie bleek dat we Peter kwijt waren. Telefonisch was hij zo snel niet bereikbaar, dus er zat niet anders op dan zo snel mogelijk terug te fietsen naar de uitspanning, in de hoop dat hij daar nog zou staan. Niet dus.
Inmiddels was het wel gelukt telefonisch contact met hem te leggen en het bleek dat hij nog even zijn bidon stond te vullen na het afrekenen, terwijl wij dachten dat hij al bij de groep zat. Ontzettende stom van de groep natuurlijk. Gelukkig kon Peter (‘niet boos, maar verdrietig’) zijn frustratie kwijt in de laatste 15 kilometer alleen fietsen naar Etten-Leur, waar hij ruim voor de rest van de groep arriveerde en alvast lekker aan het bier met chauffeur Jan.

Hotel het Witte Paard bleek een redelijk luxe hotel naar onze maatstaven, hoewel de kamers niet bepaald ruim waren. De luxe bleek vooral tijdens het heerlijke en zeer culinaire diner, dat speciaal voor ons was samengesteld, maar waarin de noodzakelijke koolhydraten (lees aardappels en frieten) schitterden door afwezigheid. Een aantal groepsleden is na het diner nog een bezoek gaan brengen aan de plaatselijke snackbar.

’s Avonds hebben we heerlijk op het terras zitten nakaarten, onder het genot van vele drankjes, en heel voorzichtig kwamen al plannen voor de 14e keer op tafel…

Dag 6: de thuisreis

Na een heerlijk ontbijt (met dito lunchpakket) lukte het ons voor de eerste keer om op klokslag 9.00 uur weg te rijden uit Etten-Leur (uiteraard na eerst iedereen geteld te hebben!) De route voerde ons eerst richting Willemstad en daarna over de 7 km lange Volkerrakdam. Daarna niet naar Oude Tonge, maar langs de kust naar De Bommel – een route die we nog niet eerder hadden gereden- en Stad aan ’t Haringvliet naar Middelharnis. In dit onverwacht prachtige stadje koffie met punt gedronken bij een nog maar net ontwaakte herbergier aan de haven, heerlijk in het zonnetje.

Tijdens een plaspauze onderweg naar Middelharnis liet Kees ons nog even behoorlijk schrikken: bij het wegrijden schoot zijn ketting van het tandwiel en lag Kees op de grond. Gelukkig ging het nog niet hard, zodat de schade meeviel, maar op menig hart is er een vlekje bijgekomen.

Verder richting Haringvlietdam, ook weer via een nieuwe route (met dank aan de knooppunten). Voor velen voor het eerst dat we over Zeeuwse dijken fietsen zonder heel veel (tegen)wind . Sterker nog: de wind blies hoofdzakelijk ‘in de poeperd’, zodat we over de wegen leken te vliegen. Na de Haringvliet via Vierpolders naar Brielle, waar we iets wilden drinken bij het restaurant onder de Brielse Brug. Daar was het echter zo druk met zonaanbidders en badgasten, dat we onze lunch maar op het gras hebben opgegeten.

De laatste 25 km naar huis was het vooral druk op de Nederlandse fietswegen, zodat we als een langgerekt elastiek naar huis zijn gereden. Om half vier arriveerden we bij huize Greeve. Helaas kon de ontvangst bij huize Van der Helm onverwacht niet doorgaan. Gelukkig had Anneke het zo goed voorbereid, dat Lies, Hanny en andere fietsvrouwen het moeiteloos konden overnemen. Heel erg bedankt, dames.

Rond zes uur was het welletjes geweest en namen we afscheid van onze hosts en van elkaar. Het was een geweldige week, met schitterend weer, een gunstige wind, mooie tochten en veel gezelligheid. Volgend jaar maar weer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *