In de Media: Telstar 29 april 1992

Zwaarste Den Helder-Pijnacker uit de geschiedenis.

Uit de Telstar 29-04-1992
Pijnacker – De stemming in de eerste bussen op weg naar Den Helder zit er goed in. Over het weer wordt weinig gesproken, weliswaar zit de wind vanuit De Helder een beetje tegen, maar de voorspellingen zijn verder goed en de wolken die aan het firmament hangen zullen straks wel verdwenen zijn, zo gaat het immers ieder jaar??

Door Michel Barendse.

Nog voordat de bus om 07:45 uur zijn bestemming bereikt heeft, vallen er al spetters. Na de koffie en de sanitaire verpozing in de stationsrestauratie staat menigeen verbaast naar buiten te kijken: nog voor er één meter is gefietst valt de regen met bakken uit de hemel. Alleen enkele pessimisten hebben een regenjack bij zich. Meteen na het verlaten van de bebouwing van Den Helder moeten de groepen tegen een muur van wind en regen opboksen. Onbeschut rijdt men langs duinen en bollenvelden via de hondsbosche zeewering in de richting van Egmond aan zee, waar na 48 kilometer de eerste stempelpost is. Dan al weten de fietsers dat zij bezig zijn met de zwaarste aflevering van Den Helder-Pijnacker uit de elfjarige historie van deze fietstocht.

Te steil.

Via het Noord-Hollandse duinreservaat en de pont bij Velzen worstelt men zich naar het Kopje van Bloemendaal. Deze steile klim is voor menig murw gebeukte renner te veel en noopt het slachtoffer tot een niet minder vermoeide wandeling omhoog naar de tweede stempelpost. De mand met krentenbollen die hier klaar staat, wordt besprongen alsof het een goudkist is. Sommigen zitten zo stuk dat hun verstand volledig is geblokkeerd en ze wild in het rond graaien zonder rekening te houden met de mensen die nog na hen komen en ook wel een krentenbolletje lusten. Helaas vinden de laatsten hierdoor zelfs geen hond meer in de pot om op te vreten.

Pas om half drie (twee uur later dan de voorgaande jaren) verschijnt de eerste groep in het gezellig drukke Baken waar vele familieleden en belangstellenden met bloemen op de komst van de deelnemers zitten te wachten. Behalve de wind en de regen bleek men ook zeer veel lekke banden gehad te hebben, een euvel dat zich vaker voordoet als regenbuien worden afgewisseld door droge periodes en steentjes makkelijk aan banden blijven plakken. Ook overige groepen bleef dit niet bespaard. De man op de materiaalwagen, Jan Groen, heeft zo veel bandjes moeten helpen verwisselen dat hij aan het eind van de dag haast geen mes en vork meer kon vasthouden. Om een uur of half vijf, als de meeste deelnemers nog binnen moeten komen, begint het weer te hozen. Rond zeven uur ’s avonds, als de meeste deelnemers al uitgeteld voor de buis hangen, laten zich de laatste twee deelnemers bij Koos Vonk afmelden. Te moe om zelf nog naar het Baken te komen om de bloemen van hun vriendinnen in ontvangst te nemen, maar wel een ervaring rijker, waar ze nog heel lang over na kunnen praten. Honderd vijftig kilometer lang tegen weer en wind inbeuken, dat is werk voor doordouwers.