Het ontstaan van Toerclub Pijnacker

Waartoe een weddenschap kan leiden.

Samengesteld en uiteen gezet door één van de stichters en medeoprichters Will Bossche, destijds uitbater van de bar in de sporthal De Groene Wijdte.

Door Harrie Meesters.

1974:Internationale crisis rondom het Suez-kanaal. Door vijandelijke aanvallen tussen diverse landen in het midden oosten wordt of dreigt het Suez-kanaal afgesloten te worden. Olietankers moeten om kaap de goede hoop varen om Europa te bereiken. Dat betekent een dreigende energiecrisis, temeer daar olie producerende landen hun prijzen op de internationale markt omhoog jagen. Diplomaten reizen over en weer naar de diverse continenten om één en ander binnen de perken te houden.

Maar, ook boeren burgers en buitenlui bespreken van tijd tot tijd, onder het genot van koffie met koek, snacks met sterke drank, de toestand in de wereld. Zo zitten er in het voorjaar van 1974 drie ferme vrijgezellen, Piet Kouwenhoven, Toon Rutten en Dirk Slootweg bij Will Bossche aan de bar in de groene wijdte de dreigende energieschaarste, die er aan zit te komen, te bespreken. Want deze dreigende schaarste leidt vermoedelijk tot enige autoloze zondagen. En dat vindt men niet fijn. Met name Dirk Slootweg had nogal eens de gewoonte om na sluitingstijd van de groene wijdte nog even naar Den Haag te rijden om een afzakkertje te halen. Zo vragen Piet en Toon zich af hoe dat moet gaan en zeggen tegen Dirk Slootweg dat het wel tegen zal vallen om op de fiets naar Den Haag te gaan. Maar Dirk Slootweg, voor geen kleintje vervaard, antwoordt dat het hem niet uitmaakt waar hij zijn afzakkertje moet gaan halen, al moet hij ervoor naar Den Helder op en neer rijden.

Op dat moment volgt een cruciale discussie die tot veel grotere daden zou leiden. Na veel heen en weer gepraat, of Dirk het wel of niet zou halen, hebben Will, Piet en Toon met de heer Slootweg een weddenschap afgesloten dat zij Dirk naar Den Helder zouden brengen en dat enkele mensen mee terug zouden fietsen om hem een beetje te helpen, maar…..misschien nog meer om hem te controleren of die beste Dirk al dan niet in de trein zou stappen.

Met deze afspraak was de geboorte van Den Helder – Pijnacker een feit.

Toen dit eenmaal bekend was geworden, kwamen er zich steeds meer mensen melden die wilden meefietsen. Zodoende groeide de groep al snel naar 45 mannen en vrouwen, wat toen al een zeer bont gezelschap was. Onder hen was slager Hoogeboezem die de tocht gereden heeft op zijn slagersbakfiets met een grote mand voorop. Of Dirk Slootweg in die mand zat, vermeldt de historie niet. Neen, integendeel, Dirk heeft bij mijn weten (H.M.) de rit tot een goed einde gebracht. Ook reed er een echtpaar op een grote zwarte tandem mee die de hele tocht op hun gemak reden. Ze maakten er een echte pleziertocht van. De verzorgers Grarda Brok, Corrie Bossche en de materiaalverzorgers de familie Groen, waren het echtpaar na de Hondsbossche zeewering al kwijt en toen er ’s avonds om negen uur nog geen tandem in Pijnacker was aangekomen, begon men zich toch wel een beetje ongerust te maken. Een aantal politiebureaus langs de route was gauw gebeld maar geen agent kon uitsluitsel geven of wist iets van het tandemechtpaar af. Niemand kon er achter komen of er wat gebeurd was of waar het paar gebleven was. Eindelijk, in de loop van de avond, om half elf, meldden zij zich voor hun herinnering aan de tocht. En dat was een hele mooie bierpul prachtig beschilderd met de tekst: “Prestatietocht Den Helder – Pijnacker 1974”. Op de vraag waar het tandempaar dan toch wel gezeten had, dat de organisatie hen overal in de duinen gezocht had, (je zult maar met pech in de duinen staan) wisten ze vrolijk te vertellen dat zij zich al fietsend herinnerden dat zij in Amsterdam nog kennissen hadden wonen en omdat ze nu toch in de buurt waren, vonden ze het leuk om even langs te gaan. Ze hadden daar koffie gedronken en er een buitengewoon gezellige dag gehad.

De Blauwe Hamer.

Een verhaal apart is natuurlijk dat van de Blauwe Hamer uit Nootdorp. Een groepje echte, fiere kerels die het hele jaar hard werkten, bijna nooit fietsten en een aardig pilsje lusten, waarmee zij dan ook al begonnen bij het inleveren van de fietsen. Daar gingen ze tot diep in de nacht mee door totdat ze uit de kroeg werden gezet omdat ze om zes uur moesten vertrekken richting Den Helder. Prompt waren ze om zes uur in de ochtend aanwezig, met een aantal six-packs bier en vonden hun plaats achter in de bus. Eenmaal in Den Helder aangekomen klommen ze op hun fietsen om richting Pijnacker te vertrekken. Men kon dan door de hele duinen horen waar ze uithingen of aan de plakkaten kots zien waar ze gepasseerd waren. Uiteraard helemaal kapot kwamen zij in Pijnacker terug en gooiden hun fietsen achter de sporthal in de vaart omdat ze die krengen nooit meer wilden zien.

Uiteraard hoopt Will Bossche dat de klassieker Den Helder – Pijnacker nog een lang leven beschoren zal zijn. Hij was het die met zijn maten toch de eersten waren die de tocht vanuit Den Helder, in de kop van Noord holland organiseerde. Nadat vele westlanders de tocht in Pijnacker al hadden meegereden, gingen zij zelf over tot het organiseren van de tocht Den Helder – Wateringen en later zelfs nog van Wateringen naar Den Helder en weer retour. Deze tocht is in het westland een grote klapper geworden met jaarlijks meer dan duizend deelnemers.

Harrie Meesters, fietstoerist 1993.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *